
Je plafondverwarmers echt ‘slim’ maken
De meeste verwarmers blazen gewoon warme lucht rond, die meestal richting het plafond stijgt, terwijl je tenen koud blijven. Plafondmonteerde infraroodverwarmers zijn anders. Ze zenden golven van warmte uit die rechtstreeks op jou en je meubels terechtkomen. Het voelt dan alsof je op een frisse oktoberochtend in de zon staat.
Maar als je ze nog steeds handmatig moet aanzetten met een schakelaar, mis je veel. Hier lees je hoe je ze kunt koppelen aan je slimme huishouden.
De magie van onmiddellijke warmte
Ik geef de voorkeur aan kortgolfinfraroodemittenten. Waarom? Omdat ze snel werken – echt heel snel.
Terwijl een traditionele olieverwarmer wel een uur nodig heeft om op temperatuur te komen, bereiken deze lampen al na enkele seconden hun maximale temperatuur. Stel je voor dat je je woonkamer binnenloopt, ‘Wintermodus’ activeert op je telefoon en meteen de warmte op je schouders voelt.
Achter de schermen stuurt je slimme hub een signaal naar een sterke relais. Dit sluit de circuiten af, waarna de kwartsbuizen gaan gloeien en jij warm wordt. Eenvoudig.
Het juiste apparaat kiezen
Hier maken mensen meestal fouten: je kunt geen hoogspanningsverwarmer zomaar aansluiten op een klein slim apparaat. Dan brandt het apparaat waarschijnlijk kapot.
Omdat deze verwarmers meestal werken op 110V of 220V, heb je een bridge nodig. Ik gebruik altijd sterke contactoren. Die kunnen de hoge elektrische belasting aan zonder dat ze kapotgaan.
Als je het nog wat fancy wilt maken, kun je PWM gebruiken via solid-state relais. Hierdoor kan je slimme huishouden de warmte ‘regelen’. In plaats van alleen ‘aan’ of ‘uit’ te zijn, kan het systeem de stroomsterkte aanpassen op basis van sensoren. Zodra de ruimte 22°C bereikt, wordt de intensiteit verminderd, zodat je niet oververhit raakt.
Enkele punten om rekening mee te houden
Het klinkt perfect, maar er zijn een paar nadelen.
Ten eerste is er het probleem van de piekstroom. Wanneer meerdere verwarmers tegelijkertijd worden gebruikt, wordt er een enorme hoeveelheid stroom vereist. Als je de stoppen en kabels niet goed hebt aangepast voor deze piekbelasting, zal de stroomvoorziening steeds uitvallen wanneer je het warm wilt hebben. Niets fijns.
Verder is er het probleem van ‘hot spots’. Omdat de warmte vanaf het plafond komt, is het er het heetst recht onder het apparaat. Als je je thermostaat recht onder de verwarmingsunit plaatst, denkt deze dat de ruimte een sauna is en zal hij zich uitzetten, terwijl de andere delen van de kamer nog steeds koud zijn.
Je moet dus goed nadenken over waar je de sensoren plaatst. Plaats ze op de plekken waar jij echt zit, niet waar de verwarmingsunit zich bevindt.